Yellowface: satire of gewoon minachting in een literair jasje?  

“Yellowface is, grotendeels, een horrorverhaal over de eenzaamheid in een erg competitieve industrie”, schrijft R.F. Kuang over haar eigen boek. Al mag het niet verbazen dat de personages in dit boek eenzaam zijn: zo onsympathiek zijn ze. 

Het is de avond dat schrijfster Athena Liu sterft, en het eerste dat haar ‘vriendin’ June Hayward doet, is haar onuitgebrachte manuscript stelen. Niet veel later herwerkt ze het manuscript en brengt ze het boek uit als haar eigen boek. En daar is niets mis mee, vindt June. Ook het volgende boek dat ze publiceert, voelt voort uit gestolen werk van Athena. Het hele boek lang zitten we in het hoofd van June en volgen we hoe ze haar acties voor zichzelf en tegenover de wereld goedpraat. Ook wanneer internetcritici en mensen in de industrie haar luidop en terecht beschuldigen van plagiaat, blijft ze zichzelf vergoelijken vanuit een wanhopige en toch arrogante slachtofferrol: oh arme witte getalenteerde vrouw die aan de kant wordt geschoven voor meer ‘diverse’, uiteraard minder getalenteerde schrijvers. 

‘Yellowface’ wordt in de markt gezet als satire, maar als schrijfster zette R.F. Kuang zich met ‘Babel’ al in de markt als anti-koloniaal en anti-racisme. Dat uitgerekend zij nu een boek schrijft met in de hoofdrol een casual racistische schrijfster die zich schuldig maakt aan plagiaat van teksten van haar Aziatische vriendin, komt niet over als satire, maar eerder als een uiting van Kuang’s minachting tegenover witte mensen. Waar ‘Babel’ nog een terechte en unieke kijk op het Britse kolonialisme was, lijkt ‘Yellowface’ meer geschreven te zijn vanuit een vorm van afkeer. Een kritiek die trouwens bij ‘Babel’ ook al de kop opstak. 

Het ‘probleem’ is dat dit boek wel goed geschreven is. Probleem is misschien een overstatement, maar het is moeilijk om dit boek, ondanks de hatelijke personages en het laagje minachting eroverheen, niet goed te vinden. Het was zeker niet Kuang’s beste werk – Babel had bijvoorbeeld meer diepgang en lag haar als genre duidelijk beter -, maar de unieke premisse en haar schrijftalent maken veel goed. Ze weet hoe ze haar lezers kan opslokken in een verhaal, ook wanneer je het boek eigenlijk uit het raam wil gooien omdat het hoofdpersonage zo’n irritante aandachtshoer is. Wanneer een auteur je een personage zo kan doen haten, weet je dat het goed geschreven is. 

Ook de kritiek die Kuang uit op de uitgeversindustrie lijkt meer dan terecht. Het voortrekken van ‘diverse’ auteurs enkel omdat ze ‘divers’ zijn en enkel wanneer ze schrijven over diversiteit en de moeilijkheden die dat met zich meebrengt, kan niet goedgepraat worden. Een Chinese auteur zou niet enkel en alleen over Chinese geschiedenis en cultuur mogen schrijven, een lesbische schrijfster niet enkel over verhalen in de holebi-gemeenschap. Schrijven is niet voor niets een vrij beroep: iedereen zou over alles moeten kunnen schrijven, los van afkomst, genderidentiteit of geaardheid. Om nog maar te zwijgen over de druk die gelegd wordt op schrijvers om zo snel mogelijk een nieuw boek uit hun brein te melken.

Plaats een reactie